Slotopdracht

In de laatste periode werk je aan een grotere slotopdracht voor Informatica. Je kiest één van de onderwerpen op deze pagina of doet, na overleg, een eigen voorstel.

Het doel is dat je laat zien dat je zelfstandig kennis en vaardigheden uit verschillende onderdelen van Informatica kunt combineren in één groter project.

Je werkt individueel of in een groep. Houd bij het kiezen van een onderwerp rekening met het feit dat je tijdens de lessen aan de opdracht moet kunnen werken.

Voor sommige opdrachten maken we gebruik van de laptops achter in het lokaal. Zorg dat je de beschikking hebt over een USB-stick.


Omvang

Voor de totale omvang van de opdracht gaan we ongeveer uit van:

  • Havo 5: 50 uur per leerling
  • Vwo 6: 70 uur per leerling

Dit zijn niet alleen programmeeruren. Onderzoek, ontwerp, overleg, testen, documenteren, het bijhouden van je logboek en de voorbereiding van de eindpresentatie horen hier ook bij.

Als je samenwerkt (in principe werk je in tweetallen), moet de omvang van het project passen bij het aantal personen. Van ieder groepslid moet duidelijk zijn wat zijn of haar bijdrage is.


Leerdoelen

Met deze slotopdracht laat je zien dat je kennis en vaardigheden uit het vak Informatica kunt combineren en toepassen in een groter project.

De leerdoelen sluiten aan bij de vaardigheden uit het examenprogramma Informatica.

Na het uitvoeren van de slotopdracht kun je:

  • doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en gebruiken;
  • een probleem, idee of behoefte analyseren en vertalen naar een ICT-oplossing;
  • eisen en wensen voor een product formuleren;
  • een digitaal of fysiek product ontwerpen, realiseren en testen;
  • een groter project opdelen in kleinere uitvoerbare taken;
  • een Plan van Aanpak en een realistische planning maken en hiermee werken;
  • nieuwe technieken onderzoeken en toepassen;
  • verschillende technische oplossingen afwegen en keuzes maken;
  • relevante informaticaconcepten toepassen bij het ontwikkelen van je product;
  • geschikte ontwikkeltools, hardware, software en andere hulpmiddelen gebruiken;
  • technische problemen analyseren en oplossingen zoeken;
  • samenwerken en taken en verantwoordelijkheden verdelen;
  • schriftelijk en mondeling communiceren over een informaticaproject;
  • feedback verwerken;
  • rekening houden met relevante aspecten zoals beveiliging, privacy, auteursrecht en ethiek;
  • reflecteren op je werkwijze, eindproduct en eigen leerproces.

Welke onderdelen van Informatica je daarnaast toepast, hangt af van het gekozen project. Denk bijvoorbeeld aan programmeren, databases, netwerken, interaction design, security of physical computing.

Verschil tussen havo 5 en vwo 6

De mogelijke onderwerpen zijn voor havo en vwo grotendeels hetzelfde. Het verschil zit vooral in omvang, zelfstandigheid en technische verdieping.

Havo 5

Voor havo 5 gaan we uit van ongeveer 50 uur per leerling.

De nadruk ligt op het ontwikkelen van een goed werkend product. Je laat zien dat je bestaande kennis kunt toepassen en nieuwe technieken kunt leren wanneer je die nodig hebt.

Je mag bijvoorbeeld beginnen met een tutorial of bestaand voorbeeld. Daarna pas je het product aan en voeg je zelfstandig nieuwe functionaliteit toe.

Je moet de belangrijkste onderdelen van je product kunnen uitleggen.

Vwo 6

Voor vwo 6 gaan we uit van ongeveer 70 uur per leerling.

Naast een werkend product verwachten we meer zelfstandigheid, onderzoek en technische verdieping.

Je onderzoekt zelfstandig technieken die je nog niet kent, vergelijkt waar nodig verschillende oplossingen en kunt gemaakte ontwerp- en technische keuzes onderbouwen.

Een vwo-project hoeft dus niet alleen groter te zijn dan een havo-project. De belangrijkste verschillen zijn de diepgang, zelfstandigheid en onderbouwing.


Planning

1. Voorstel

Tijdens de eerste les bespreek je mogelijke onderwerpen en maak je een eerste keuze.

Voor de volgende les lever je een voorstel van ongeveer een half A4 in. Hierin beschrijf je:

  • wat je wilt maken of onderzoeken;
  • waarom je voor dit onderwerp kiest;
  • wat het beoogde eindproduct is;
  • welke technieken, programmeertalen en/of hardware je verwacht te gebruiken;
  • wat de technische uitdaging van het project is;
  • met wie je eventueel wilt samenwerken.

Je voorstel moet worden goedgekeurd voordat je verdergaat.

2. Plan van Aanpak

Na goedkeuring van het onderwerp maak je een Plan van Aanpak (PvA).

De eerste versie is aan het einde van de tweede lesweek gereed. Na feedback heb je maximaal één week om het Plan van Aanpak te verbeteren.

In het Plan van Aanpak beschrijf je in ieder geval:

  • aanleiding en onderwerp;
  • doel van het project;
  • beoogd eindproduct;
  • eisen en wensen;
  • werkzaamheden en deelproducten;
  • gebruikte technieken en hulpmiddelen;
  • taakverdeling bij samenwerken;
  • planning en mijlpalen;
  • verwachte problemen of risico's.

Je planning moet passen bij de beschikbare tijd: ongeveer 50 uur per persoon voor havo en 70 uur per persoon voor vwo.

Voorbeeld Plan van Aanpak

3. Uitvoering

Na goedkeuring van je Plan van Aanpak begint de uitvoeringsfase.

Tijdens de lessen werk je aan je project. De lessen worden ook gebruikt voor werkcollege, vragen, feedback en het bespreken van de voortgang.

Je rapporteert regelmatig over je voortgang en houdt je logboek bij.

4. Afronding

Aan het einde lever je het afgesproken product en de bijbehorende verantwoording in.

Je sluit de opdracht af met een eindpresentatie.


Logboek

Je houdt gedurende de hele slotopdracht wekelijks een logboek bij.

Daarin noteer je minimaal:

  • datum;
  • bestede tijd;
  • wat je hebt gedaan;
  • behaalde resultaten;
  • problemen waar je tegenaan liep;
  • oplossingen of vervolgstappen;
  • wat je de volgende keer gaat doen.

Je moet je gemaakte uren kunnen verantwoorden.

Je maakt hiervoor een kopie van het aangeboden template en deelt het logboek via SomToDay.

Template logboek

Bij programmeerprojecten wordt het gebruik van GitHub aangeraden. Deel in dat geval de link naar je project.

GitHub vervangt niet automatisch het logboek: uit je verantwoording moet nog steeds duidelijk worden wat je hebt gedaan en hoeveel tijd je eraan hebt besteed.


Gebruik van tutorials

Bij verschillende onderwerpen mag je gebruikmaken van een bestaande tutorial.

Een tutorial is een startpunt en leermiddel, niet het eindproduct van de slotopdracht.

Als je een tutorial gebruikt:

  1. doorloop je de tutorial;
  2. zorg je dat je begrijpt wat je hebt gemaakt;
  3. ontwerp je eigen uitbreidingen;
  4. programmeer of realiseer je deze uitbreidingen;
  5. houd je bij welke onderdelen uit de tutorial komen en welke onderdelen je zelf hebt gemaakt.

Alleen kleuren, afbeeldingen, teksten of andere vormgeving aanpassen geldt niet als technische uitbreiding.


Gebruik van AI

Het gebruik van AI is toegestaan als hulpmiddel.

Je mag AI bijvoorbeeld gebruiken voor uitleg, het zoeken naar fouten, het bedenken van mogelijke oplossingen, ondersteuning bij code of feedback op documentatie.

Je blijft zelf verantwoordelijk voor het eindproduct.

Je moet kunnen aangeven waarvoor je AI hebt gebruikt, wat AI heeft gedaan en wat je zelf hebt gedaan.

Code en oplossingen die je met behulp van AI maakt, moet je kunnen begrijpen en uitleggen.

Het is niet toegestaan om werk onder je eigen naam in te leveren dat je niet begrijpt of dat volledig door iemand anders of door AI is gemaakt.


Eindpresentatie en verantwoording

Aan het einde presenteer je je product.

Je laat daarbij onder andere zien:

  • wat je hebt gemaakt;
  • hoe het werkt;
  • welke technieken je hebt gebruikt;
  • welke onderdelen je zelf hebt ontwikkeld;
  • welke bronnen, tutorials en AI-hulpmiddelen je hebt gebruikt;
  • tegen welke problemen je bent aangelopen;
  • hoe je deze hebt opgelost;
  • welke technische keuzes je hebt gemaakt;
  • wat je hebt geleerd;
  • wat je met meer tijd nog zou verbeteren.

Tijdens en na de presentatie kunnen vragen worden gesteld over je code, configuratie en technische keuzes.

Je moet dus niet alleen kunnen laten zien dat iets werkt, maar ook kunnen uitleggen hoe en waarom het werkt.


Links en materialen

Studiewijzer

Logboek

Plan van Aanpak


Beoordeling

De beoordeling bestaat uit zowel het proces als het eindproduct.

Onder andere de volgende onderdelen spelen daarbij een rol:

  • planning en werkwijze;
  • zelfstandigheid;
  • technische uitvoering;
  • toepassing van informaticakennis;
  • technische verdieping;
  • kwaliteit van het eindproduct;
  • testen en verbeteren;
  • logboek en verantwoording;
  • samenwerking;
  • reflectie;
  • eindpresentatie en technische uitleg.

De precieze beoordelingscriteria en weging worden apart bekendgemaakt.

Wat lever je in?