Wat lever je in?
Aan het einde van de slotopdracht lever je de volgende onderdelen in:
-
Het eindproduct
Het programma, de game, app, server, fysieke installatie of ander product dat je hebt gemaakt. -
Broncode en projectbestanden
Alle bestanden die nodig zijn om je project te bekijken en waar mogelijk uit te voeren. Bij voorkeur gebruik je hiervoor GitHub. -
Logboek
Hierin is zichtbaar wat je gedurende het project hebt gedaan en hoeveel tijd je eraan hebt besteed. -
Projectverantwoording
Een korte schriftelijke verantwoording waarin je terugkijkt op het product en het ontwikkelproces. -
Eindpresentatie
Je demonstreert je product en beantwoordt vragen over je werk en de gebruikte techniek.
Projectverantwoording
De projectverantwoording is geen uitgebreid verslag van alles wat je tijdens het project hebt gedaan. Daarvoor heb je het logboek.
In de projectverantwoording leg je uit wat je uiteindelijk hebt gemaakt, welke belangrijke keuzes je hebt gemaakt en wat je hebt geleerd.
Gebruik daarbij de volgende onderdelen.
1. Eindproduct
Beschrijf kort wat je hebt gemaakt.
- Wat kan het product?
- Voor wie of waarvoor is het bedoeld?
- Wat is uiteindelijk wel en niet gerealiseerd?
Vergelijk het eindproduct hierbij met de belangrijkste eisen en wensen uit je Plan van Aanpak.
2. Technische realisatie
Leg uit hoe je product technisch in elkaar zit.
Beschrijf de belangrijkste onderdelen en hoe deze samenwerken.
Gebruik waar dat helpt bijvoorbeeld:
- een schema;
- architectuurdiagram;
- flowchart;
- klassendiagram;
- schakelschema;
- netwerkdiagram;
- enkele relevante codefragmenten.
Je hoeft niet alle code te bespreken. Kies juist de onderdelen die belangrijk, interessant of technisch uitdagend zijn.
3. Eigen werk en gebruikte bronnen
Maak duidelijk wat je zelf hebt ontwikkeld.
Beschrijf:
- welke tutorials, voorbeelden en andere bronnen je hebt gebruikt;
- welke onderdelen daarop zijn gebaseerd;
- welke onderdelen je zelf hebt ontworpen en ontwikkeld;
- waarvoor je AI hebt gebruikt en wat je vervolgens zelf met de uitkomst hebt gedaan.
Bij samenwerken beschrijf je ook wie verantwoordelijk was voor welke onderdelen.
4. Belangrijke keuzes en problemen
Beschrijf een aantal belangrijke keuzes die je tijdens het project hebt gemaakt.
Leg uit waarom je voor deze oplossingen hebt gekozen.
Beschrijf daarnaast enkele technische problemen die je bent tegengekomen:
- Wat was het probleem?
- Hoe heb je onderzocht waardoor het werd veroorzaakt?
- Welke oplossingen heb je geprobeerd?
- Hoe heb je het uiteindelijk opgelost?
Voor vwo 6 wordt hierbij meer technische onderbouwing verwacht. Bespreek waar relevant alternatieve oplossingen en leg uit waarom je voor jouw oplossing hebt gekozen.
5. Testen en kwaliteit
Beschrijf hoe je hebt gecontroleerd of je product goed werkt.
- Wat heb je getest?
- Hoe heb je getest?
- Welke problemen kwamen daarbij naar voren?
- Wat heb je daarna aangepast?
6. Terugblik
Kijk terug op het project.
Bespreek in ieder geval:
- Waar ben je tevreden over?
- Wat is minder goed gelukt?
- Wat heb je tijdens het project geleerd?
- Wat zou je met meer tijd verbeteren of anders aanpakken?
Voor vwo 6 verwacht ik daarnaast dat je kritisch kijkt naar de technische beperkingen van je oplossing en mogelijke alternatieven.
Omvang
De projectverantwoording moet vooral inhoudelijk en concreet zijn. Een lang verslag is niet automatisch een goed verslag.
Als richtlijn:
- Havo 5: ongeveer 3–5 pagina's;
- Vwo 6: ongeveer 4–7 pagina's.
Schema's, afbeeldingen en relevante codefragmenten mogen onderdeel zijn van deze pagina's.
Het logboek, de volledige broncode en het Plan van Aanpak hoeven niet opnieuw in de projectverantwoording te worden opgenomen.